Ondernemers en de inkomstenbelasting - Deel 4: Investeringsaftrek, ondernemersaftrek, en vrijstellingen

Welkom bij het vierde en laatste deel van onze reeks over de aangifte inkomstenbelasting voor ondernemers. In de aanloop naar de aangifte inkomstenbelasting, bespreken we in deze reeks elke week een ander onderwerp.

In het eerste deel bespraken we wanneer u een ondernemer bent voor de inkomstenbelasting en wat voor effect dit heeft op uw aangifte. Nadat u dit heeft vastgesteld, is het belangrijk dat u de winst voor de onderneming bepaalt. Bij het berekenen van de winst moet u rekening houden met verschillende zaken.

In het tweede deel bespraken we afschrijvingen, btw-voordeel door de kleineondernemingsregeling, durfkapitaal, fiscale reserves, waardering onderhanden werk, en zakelijke kosten.

In het derde deel bespraken we bedrijfsruimte, gebruik van privébezittingen en privégebruik, privéstortingen en privéonttrekkingen, en verzekeringen en uitkeringen.

In dit deel bespreken we de volgende onderwerpen:

Heeft u geen tijd om het gehele artikel te lezen? Bekijk dan snel de onderstaande video:

Investeren in bedrijfsmiddelen en de investeringsaftrek

Bedrijfsmiddelen zijn de middelen die u in uw onderneming gebruikt en niet wilt verkopen. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan machines, vrachtwagens, gereedschap, en soortgelijke middelen. Bedrijfsmiddelen hoeven echter niet vast te zijn, ze kunnen ook immaterieel zijn - zoals goodwill of vergunningen. Over deze bedrijfsmiddelen moet u afschrijven.

Over investeringen kunt u als ondernemer soms financieel voordeel behalen. Dit kan door gebruik te maken van de 3 soorten investeringsaftrek: kleinschaligheidsinvesteringaftrek, milieu-investeringsaftrek, en de energie-investeringsaftrek. Daarnaast is er ook nog de VAMIL-regeling.

Voor sommige bedrijfsmiddelen heeft u echter geen recht op investeringsaftrek:

  • Woonhuizen, grond, dieren, vaartuigen voor representatieve doeleinden, effecten, vorderingen, goodwill en publiekrechtelijke vergunningen. (Bedrijfspanden kunnen wel in aanmerking komen voor de investeringsaftrek.
  • Personenauto’s niet bestemd voor beroepsvervoer (op sommige kunt u wel milieu-investeringsaftrek krijgen).
  • Bedrijfsmiddelen bestemd voor verhuur (alleen geen kleinschaligheidsinvesteringaftrek) of voor gebruik in het buitenland.
  • Bedrijfsmiddelen die u vanuit uw privé vermogen overbrengt naar uw ondernemingsvermogen.
  • Bedrijfsmiddelen die u aanschaft van personen die behoren tot uw huishouden, bloed- en aanverwanten.

Let op! Maakt u gebruik van de mogelijke aftrekposten? Dan moet u voor de investeringaftrek het bedrag exclusief btw gebruiken als u de btw op de aanschaf kunt terugkrijgen. Kunt u dit niet? Gebruik dan het investeringsbedrag inclusief btw.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Als u in 2017 tussen €2.301 en €312.176 heeft geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen, dan kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Het bedrag van deze aftrekpost is afhankelijk van het bedrag van de investering.

Investering

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

< €2.300

0%

€2.301 - €56.192

28%

€56.193 - €104.059

€15.734

€104.060 - €312.176

€15.734 - 7,56% van het investeringsbedrag boven de €104.059

> €312.176

0%

Let op! Bedrijfsmiddelen met een aanschafprijs lager dan €450 worden niet gezien als investeringen en kunnen niet gebruikt worden bij de KIA.

Werkt u met een gebroken boekjaar? Dan is de berekening van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek anders. Ook als uw onderneming onderdeel uitmaakt van een samenwerkingsverband (zoals een VOF) wordt de aftrek anders berekend. In dit geval wordt er uitgegaan van verdeling op redelijke basis. Deze verdeling mag u zelf bepalen, maar het is de Belastingdienst die uiteindelijk bepaalt of u voldoet aan de voorwaarden.

Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL)

De milieu-investeringsaftrek (MIA) is een subsidie op milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. De hoogte van de aftrekpost is afhankelijk van de milieueffecten en de gangbaarheid van het bedrijfsmiddel. Dit bedrag kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag. Dit bedrag kunt u dan in mindering brengen op de fiscale winst en komt bovenop de reguliere investeringsaftrek. Deze regeling wordt ook vaak gecombineerd met de VAMIL.

U kunt door middel van de VAMIL een investering op een willekeurig moment afschrijven. Sinds 2011 is deze willekeurige afschrijving beperkt tot 75%. Het voordeel van willekeurig afschrijven is dat u hierdoor de fiscale winst vermindert en zo ervoor zorgt dat u minder belasting betaalt in dat jaar. Dit resulteert dan weer in een rente- en liquiditeitsvoordeel.

Om gebruik te maken van deze regeling(en) moet u aan een aantal voorwaarden voldoen. Het allerbelangrijkste is dat u een onderneming heeft in Nederland, die inkomsten- of vennootschapsbelasting betaalt. Daarnaast moet het bedrijfsmiddel op de milieulijst staan, het niet eerder gebruikt zijn, en moet de investering betrekking hebben op aanschaf- en voortbrengingskosten van het bedrijfsmiddel. Voor de MIA zijn er nog twee voorwaarden. Zo moet het bedrag aan milieu-investeringen minimaal €2.500 per bedrijfsmiddel zijn en kunt u voor hetzelfde bedrijfsmiddel niet ook energie-investeringsaftrek ontvangen.

Als u gebruik wilt maken van deze regeling(en), dan moet u binnen 3 maanden na de investering dit aangeven bij de RVO. Dan krijgt u een ontvangstbevestiging die u moet bewaren bij uw boekhouding. Daarna verwerkt u deze regelingen gewoonweg in uw aangifte. De Belastingdienst beslist daarna of u van deze regeling gebruik mag maken op basis van een advies van de RVO.

Energie-investeringsaftrek (EIA)

Net als de milieu-investeringsaftrek heeft de energie-investeringsaftrek het doel om investeringen die goed zijn voor het milieu te stimuleren. De energie-investeringsaftrek heeft specifiek betrekking op energiebesparende bedrijfsmiddelen of investeringen in duurzame energie.

Naast de afschrijving over deze investeringen mag u een een bedrag aftrekken van de winst. In 2017 is deze aftrek 55% van het investeringsbedrag (aanschaf- en voortbrengingskosten). Om gebruik te maken van deze aftrek moet u echter wel aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Het bedrag aan energie-investeringen is minimaal €2.500 per bedrijfsmiddel;
  • Het bedrijfsmiddel is niet eerder gebruikt;
  • Het bedrijfsmiddel staat op de energielijst; en
  • U kunt voor hetzelfde bedrijfsmiddel geen energie-investeringsaftrek én milieu-investeringaftrek tegelijk krijgen.

Staat het bedrijfsmiddel waarin u wil investeren niet op de energielijst? Dan kunt u misschien alsnog gebruik maken van de EIA. Het bedrijfsmiddel moet dan wel energie of fossiele brandstoffen besparen en voldoen aan een algemene besparingsnorm. Ook kunnen de kosten van een energieadvies in aanmerking komen voor de EIA, onder specifieke voorwaarden.

Let op! U moet binnen 3 maanden na de investering een melding doen bij het RVO. U ontvangt dan een bevestiging die u moet bewaren bij uw aangifte

Desinvesteringsbijtelling

Heeft u in de afgelopen jaren investeringsaftrek gehad, maar heeft u een deel van de bedrijfsmiddelen waarvoor u dit ontving vervreemd? Dan kan het zo zijn dat u een deel van de aftrek terug moet betalen aan de Belastingdienst. Dit wordt geregeld door middel van de desinvesteringsbijtelling. Als u aan de volgende twee voorwaarden voldoet, moet u de desinvesteringsbijtelling betalen:

  • U verkoopt of schenkt de bedrijfsmiddelen binnen 5 jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed; en
  • De waarde van die bedrijfsmiddelen is samen hoger dan €2.300.

Daarnaast ziet de Belastingdienst de volgende situaties ook als vervreemding van een bedrijfsmiddel:

  • Als het bedrijfsmiddel bestemd is voor verhuur (alleen bij KIA, niet MIA of EIA); of
  • Als u het overbrengt naar uw privévermogen; of
  • Als u het bedrijfsmiddel niet binnen 12 maanden na de investering in gebruik neemt en nog niet 25% van de aankoopprijs heeft betaald; of
  • Als u het bedrijfsmiddel niet in gebruik neemt binnen 3 jaar na het kalenderjaar waarin de investering plaatsvond.

Logischerwijs is het bedrag van de desinvesteringsbijtelling afhankelijk van het bedrag waarvoor u het bedrijfsmiddel heeft vervreemd. Daar komt wel bij dat de bijtelling nooit meer kan zijn dan de gekregen aftrek. U moet voor de desinvesteringsbijtelling hetzelfde percentage gebruiken dat u ook bij de investeringsaftrek hebt toegepast.

Let op! Staakt u (een deel van) uw onderneming? Dan geldt deze bijtelling voor de bedrijfsmiddelen waar u in de voorgaande 5 jaren de investeringsaftrek gebruikt heeft en die u bij de staking overbrengt naar uw privévermogen.

Ondernemersaftrek

De ondernemersaftrek is een speciale aftrekpost waar u als ondernemer gebruik van kunt maken om uw winst te verminderen. De ondernemersaftrek is een overkoepelend begrip voor de volgende aftrekposten:

  • Zelfstandigenaftrek
  • Startersaftrek (bij arbeidsongeschiktheid)
  • Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk
  • Meewerkaftrek
  • Stakingsaftrek

Om gebruik te kunnen maken van de ondernemersaftrek moet u voldoen aan het urencriterium (1.225 uur) en moet u ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Daarnaast kunt u geen gebruik maken van deze aftrekposten als u medegerechtigde bent.

Zelfstandigenaftrek

Zelfstandigenaftrek is een aftrekpost waarvan u als ondernemer gebruik van kunt maken zolang u de AOW-leeftijd nog niet had bereikt in het begin van het betreffende kalenderjaar. De zelfstandigenaftrek is een bedrag van €7.280. Het is dus niet belangrijk wat uw winst was vóór deze aftrek. Het is echter niet mogelijk om meer af te trekken dan de winst. Had u in 2017 €5.000 winst? Dan kunt u maximaal €5.000 aftrekken. De €2.280 die u hierbij overhoudt wordt ook wel de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek genoemd. Deze kunt u in de volgende 9 jaren verrekenen met de winst. De winst moet dan wel hoger zijn de zelfstandigenaftrek in die jaren.

Komt u ook in aanmerking voor de startersaftrek? Dan kunt u het gehele bedrag van de zelfstandigenaftrek van uw winst afhalen. U houdt hierbij dus geen niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek over.

Startersaftrek

De startersaftrek is een verhoging van de hierboven genoemde zelfstandigenaftrek. Om van deze aftrekpost gebruik te mogen maken, moet u voldoen aan de onderstaande voorwaarden:

  • U komt in het fiscale jaar in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek;
  • U was in de voorafgaande 5 jaar minimaal 1 jaar geen ondernemer voor de inkomstenbelasting;
  • U hebt in de 5 voorafgaande jaren niet meer dan 2 maal gebruikgemaakt van de zelfstandigenaftrek; en
  • Er was in het kalenderjaar of in 1 van de 5 voorafgaande jaren geen sprake van een geruisloze terugkeer uit een bv.

In 2017 is de startersaftrek waarvan u gebruik kunt maken €2.123. Dit bedrag mag u dus optellen bij de zelfstandigenaftrek. U kan dus over 2017 €9.403 aftrekken van de winst. Is dit bedrag hoger dan uw winst? Dan betekent dit dat u een verlies heeft. U kunt dit verlies verrekenen met andere inkomsten uit werk en woning. Heeft u geen andere inkomsten? Dan kunt u het verlies verrekenen in andere jaren.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

Ook om gebruik te maken van de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid moet u voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • U hebt aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt;
  • U bent ondernemer voor de inkomstenbelasting;
  • U was in 1 of meer van de 5 voorafgaande jaren geen ondernemer;
  • U kunt een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen;
  • U voldoet aan het verlaagd-urencriterium (800 uur); en
  • Er was in het kalenderjaar of in 1 van de 5 voorafgaande jaren geen sprake van een geruisloze terugkeer uit een bv.

De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid bedraagt €12.000, €8.000 of €4.000. Als u in 5 jaar geen gebruik heeft gemaakt van deze aftrekpost, dan is de aftrek €12.000. Heeft u in 5 jaar 1 keer gebruikgemaakt van de aftrekpost? Dan mag u €8.000 aftrekken van de winst. Als u de aftrekpost al 2 keer heeft gebruikt in de 5 voorafgaande jaren dan kunt u €4.000 aftrekken.

Let op! In tegenstelling tot de reguliere startersaftrek is de aftrek maximaal de behaalde winst.

Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk

Als u als zelfstandige zich bezighoudt met een R&D-project, dan kunt u de hierbij horende kosten verlagen via de WBSO. Om van deze regeling gebruik te maken, moet u een aanvraag indien voor u met het project van start gaat.

Het is mogelijk om één of meer aanvragen per jaar in te dienen en meerdere zogenoemde S&O-verklaringen (speur & ontwikkelingswerk) te ontvangen. Als u in een fiscaal jaar meer dan 500 uren krijgt toegekend voor uw projecten, dan ontvangt u van het RVO een S&O-verklaring met aftrek S&O. Deze kunt u van uw winst aftrekken. U mag dit bedrag volledig gebruiken om de winst te verlagen (dit kan dus resulteren in negatieve winst).

Om gebruik te maken van deze aftrekpost moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U bent ondernemer voor de inkomstenbelasting;
  • U voldoet aan het urencriterium;
  • U heeft een S&O-verklaring van het RVO; en
  • U besteedt minimaal 500 uren aan erkend S&O-werk.

Deze aftrekpost bedraagt voor het fiscaal jaar 2017 €12.522. Voor starters kan hier nog een bedrag van €6.264 bovenop komen, als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U was in 1 of meer van de 5 voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer; en
  • U heeft in deze periode maximaal 2 keer gebruik gemaakt van deze aftrekpost.

Meewerkaftrek

Werkt uw partner mee in uw onderneming? Dan heeft u verschillende keuzes over de vergoeding voor uw partner. U kunt ervoor kiezen om uw partner een arbeidsloon te betalen voor het meewerken of u kunt ervoor kiezen om een arbeidsovereenkomst af te sluiten en zo uw partner in dienst te nemen. De arbeidsbeloning aan uw fiscale partner kunt u van de winst aftrekken zolang dit bedrag meer is dan €5.000. Ook kunt u ervoor kiezen om samen ondernemer te worden. De laatste optie is dat u uw partner minder dan €5.000 betaalt en gebruikmaakt van de meewerkaftrek. 

Wilt u weten wat de beste optie is voor u? Dan raadt de Belastingdienst u aan om een deskundige te raadplegen.

Ontvang gratis en vrijblijvend 3 offertes van deskundigen bij u in de buurt

Om gebruik te maken van de meewerkaftrek moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U bent ondernemer;
  • U voldoet aan het urencriterium; en
  • Uw fiscale partner werkt meer dan 525 uur zonder vergoeding of met een vergoeding minder dan €5.000 voor uw onderneming.

Als u een vergoeding van minder dan €5.000 betaalt, mag u deze niet aftrekken van de winst. U kunt alleen gebruik maken van de meewerkaftrek.

De meewerkaftrek is afhankelijk van de hoeveelheid uren die uw fiscale partner heeft gewerkt voor uw onderneming:

Gewerkte uren 

Aftrek 

< 525 

525 - 875 

1,25% van de winst 

875 - 1.225 

2% van de winst 

1.225 - 1.750 

3% van de winst 

1.750 of meer 

4% van de winst 

Het is een goed idee om de urenadministratie van uw partner dus goed bij te houden, zo kunt u aantonen dat uw partner écht meewerkt. De Belastingdienst kijkt kritisch of er geen misbruik gemaakt wordt van deze regeling.

Stakingsaftrek

Als u uw onderneming heeft verkocht of om een andere reden heeft gestaakt, dan moet u belasting betalen over de stakingswinst. De Belastingdienst geeft aan dat het berekenen van deze winst zeer complex is en raadt u aan om hierbij een deskundige te raadplegen.

De stakingsaftrek is een aftrekpost die u mag aftrekken van de stakingswinst. De stakingsaftrek is gelijk aan de stakingswinst, maar is maximaal een bedrag van €3.630.

Mkb-winstvrijstelling

Als ondernemer kunt u gebruik maken van de mkb-winstvrijstelling. Dit is een aftrekpost op de winst. De mkb-winstvrijstelling wordt berekend aan de hand van een percentage van de winst (nadat u deze heeft verminderd met de ondernemersaftrek). In 2017 was dit percentage 14% van de winst.

Let op! Deze regeling is niet in uw voordeel als u fiscaal verlies lijdt. Dan wordt dit verlies namelijk verlaagd, waardoor u dus meer belasting moet betalen.

Objectieve vrijstellingen

Een objectieve vrijstelling heeft betrekking tot een bepaalde vorm van inkomen. Zo is bijvoorbeeld de winst uit bosbouw vrijgesteld van belastingheffing.

Dit zijn de meest voorkomende objectieve vrijstellingen:

  • Bosbouwvrijstelling
  • Landbouwvrijstelling
  • Vrijstelling voor kwijtscheldingswinst
  • Mobiliteitsprojectvrijstelling en vrijstelling voor grootschalige wegwerkzaamheden

Daarnaast zijn er ook nog objectieve vrijstellingen voor pensioenaanspraken volgens een verplichte bedrijfs- of beroepspensioenregeling, voor vergoedingen voor bedrijfsbeëindiging, voor uitkeringen volgens de Waz en aanspraken op uitkeringen Waz, voor bepaalde subsidies voor bos en natuur, en voor voordelen die zijn belast in de loonbelasting door eindheffing.

Bosbouwvrijstelling

De winst die gemaakt wordt door de bosbouw is vrijgesteld van belastingheffing. Voor de Belastingdienst is bos een vrij breed begrip. Hieronder vallen bijvoorbeeld de bomen op het land rondom een boerderij of bomen als wegbeplanting. Het is ook niet nodig dat de onderneming volledig gefocust is op de bosbouw - het mag ook een klein onderdeel van de onderneming zijn.

Draait u verlies met uw bosbouwbedrijf? Dan kunt u aan de Belastingdienst vragen om de vrijstelling niet toe te passen, omdat het verlies anders niet aftrekbaar is.

Landbouwvrijstelling

Deze vrijstelling heeft betrekking op de landbouwgrond. Is de waarde hiervan gestegen of gedaald in waarde zonder dat dit ontstaan is door bedrijfsvoering of een bestemmingswijziging? Dan hoeft u geen belasting te betalen op de hierdoor ontstane winst. Ook hier hoeft uw bedrijf niet alleen op landbouw te focussen. Het mag ook een bepaalde activiteit van de onderneming zijn.

Vrijstelling voor kwijtscheldingswinst

Heeft u een schuld die door de schuldeiser is kwijtgescholden? Dan ontstaat er hierdoor winst voor uw onderneming. Deze winst is vrijgesteld van belastingheffing als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • De schuld is niet te innen (door bijvoorbeeld een faillissement);
  • Alleen het deel van de winst dat hoger is dan de te verrekenen verliezen uit werk en woning van voorgaande jaren en het verlies uit werk en woning over het lopende jaar is vrijgesteld. Heeft u verliezen in de volgende jaren? Dan verkleinen deze het vrijgestelde bedrag niet.

Mobiliteitsprojectvrijstelling

Als u deelneemt aan een mobiliteitsproject van het kabinet, dan maakt de vergoeding die u hiervoor ontvangt geen onderdeel uit van de belastbare winst. Deze vrijstelling is sinds 1 januari 2018 vervangen door een andere vrijstelling: de vrijstelling voor grootschalige wegwerkzaamheden.

Heeft u hulp nodig bij de aangifte? Ontvang dan gratis en vrijblijvend 3 offertes

Posted: 28 Feb, 2018

Martin Hegelund

Lees meer van deze auteur

De bloggers van Ageras geven geen persoonlijk advies met betrekking tot financiële of juridische aangelegenheden - daarvoor kunt u beter een boekhouder inschakelen. Laat ons weten wat u precies zoekt, en wij sturen u zo snel mogelijk - en helemaal gratis - 3 vrijblijvende offertes van boekhouders in uw buurt.