Wat is de verhuurderheffing?

Navigatie

Wat is de huurtoeslaggrens?
Berekening verhuurderheffing
Aangifte
Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming

Wat is de huurtoeslaggrens?

De huurtoeslaggrens is gelijk aan €720,42 per maand (2019). Dit bedrag is hetzelfde als de liberalisatiegrens, het ijkpunt dat men gebruikt om te bepalen of de woning in kwestie een sociale-huurwoning is of een woning in de vrije (geliberaliseerde) sector.

Vind hier uw boekhouder

Berekening verhuurderheffing

U berekent de belasting door de totale WOZ-waarde van uw woningen (Waardering Onroerende Zaken) te verminderen met hun gemiddelde WOZ-waarde vermenigvuldigd met 50. Op het resultaat van die aftrekking betaalt u een verhuurderheffing van 0,561% (0,591% in 2018).

Als de WOZ-waarde van een woning hoger ligt dan €270.000, dan moet u voor die woning de waarde €270.000 gebruiken bij de berekening van de verhuurderheffing - over de resterende waarde heft men namelijk geen belasting. De overheid zal die grens jaarlijks indexeren.

Het aangifteprogramma betekent alle waarden automatisch, net als eventuele vrijstellingen. Zo zijn bijv. rijksmonumenten vrijgesteld. Een boekhouder kan u helpen om de verhuurderheffing correct op te nemen in uw financiële administratie.

Voorbeeld

U had op 1 januari 2019 73 huurwoningen in uw bezit, waarvan 52 een huurprijs hebben die niet hoger is dan de huurtoeslaggrens van €720,42 per maand.

- De totale WOZ-waarde van die 52 woningen is €12.220.000.
- De gemiddelde WOZ-waarde van die 52 woningen is €235.000.

De berekening van de verhuurderheffing gebeurt als volgt:

Totale WOZ-waarde MIN (50 x gemiddelde WOZ-waarde)

€12.220.000 - €11.750.000 = €470.000

Op dit bedrag betaalt u 0,561% verhuurderheffing: €2.636,70

Een houten speelgoedhuisje in het gras

Aangifte

Indien u op 1 januari 2019 meer dan 50 huurwoningen bezat, ontvangt u van de Belastingdienst een uitnodiging om elektronisch aangifte te doen. Dit is verplicht - ook als u geen verhuurderheffing moet betalen. De Belastingdienst moet uw aangifte en betaling ten laatste ontvangen op 30 september 2019.

Mogelijk moet u rekening houden met één van de volgende scenario’s:

U woont in het buitenland, maar de huurwoningen staan op Nederlands grondgebied. U doet aangifte en betaalt verhuurderheffing.
Op 1 januari 2019 bezat u nog meer dan 50 huurwoningen, maar later dat jaar niet meer (bijv. door verkoop). U doet aangifte over 2019 en betaalt verhuurderheffing.
Op 1 januari 2019 had u 50 of minder huurwoningen, maar later dat jaar koopt u er één of meerdere en wordt u de eigenaar van meer dan 50 huurwoningen. U moet geen aangifte doen over 2019.
U bent samen met iemand anders eigenaar van een huurwoning. U moet deze woning niet opnemen in uw aangifte.
De huurwoningen zijn eigendom van een commanditaire vennootschap (cv) of een vennootschap onder firma (vof) Als de vennoten samen eigenaar zijn van de woningen, dan moeten ze die woningen niet opnemen in hun aangifte.

Bent u echter zelfstandige, of bezit u als enige vennoot meer dan 50 huurwoningen? Dan moet u ze wél vermelden in uw aangifte.
U bent een rechtspersoon en maakt deel uit van een groep die de huurwoningen bezit.

Opmerking: De Belastingdienst spreekt van een groep als die bestaat uit een combinatie van rechtspersonen (bijv. verenigingen) en één ervan voor meer dan 50% (in)direcht betrokken is bij de leiding over/toezicht op/het kapitaal van een ander rechtspersoon in die groep.
Eén zelfgekozen lid van de groep doet aangifte en betaalt verhuurderheffing. De aangifte vermeldt de namen van alle groepsleden, zodat het document de individuele aangiften kan vervangen.

Voorbeeld

Nv X bezit 65 huurwoningen met een maandelijkse huurprijs op of onder de huurtoeslaggrens. Nv X bezit eveneens 60% van de aandelen van nv Y.

Nv Y is eigenaar van 8 huurwoningen met een maandelijkse huurprijs op of onder de huurtoeslaggrens.

Nv X en nv Y vormen voor de verhuurderverheffing één groep. Eén lid doet aangifte en betaalt de belasting over 73 huurwoningen.

Een verzameling kleurrijke huisjes vanuit vogelperspectief

Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming

Als u investeert in de verduurzaming van sociale huurwoningen (bijv. door ze aardgasvrij te maken), dan komen de investeringen die u doet na 1 januari 2019 mogelijk in aanmerking voor een fiscaal voordeel. Deze regeling is een uitbreiding van de Regeling Vermindering Verhuurderheffing (RVV), die werd stopgezet op 1 juli 2018.

Van 2019 tot 2021 maakt de overheid €156 miljoen vrij voor deze heffingsvermindering (maximum €78 miljoen in 2019 en 2020); vanaf 2022 verlaagt dat bedrag naar €104 miljoen.

U kunt uw investering(en) melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

- u bezit meer dan 50 huurwoningen met een huurprijs lager dan de liberalisatiegrens (zie boven);

- u moet verhuurderheffing betalen;

- u verbetert de energieprestaties van uw woningen met minstens 3 stappen in de Energie-Index;

- uw woningen verwerven op die manier een Energie-Index van max. 1,40 (min. energieprestatie-indicator B);

- u doet een minimale investering per woning;

- u zorgt ervoor dat de werkzaamheden niet langer duren dan 3 jaar nadat u ze heeft aangemeld.

Ontvang gratis 3 offertes

Verwante termen

Onroerendezaakbelasting (ozb)

De auteurs van Ageras geven geen persoonlijk advies met betrekking tot financiƫle of juridische aangelegenheden - daarvoor kunt u beter een boekhouder inschakelen. Laat ons weten wat u precies zoekt, en wij sturen u zo snel mogelijk - en helemaal gratis - 3 vrijblijvende offertes van boekhouders in uw buurt.