Particulieren en de inkomstenbelasting - Deel 2: Persoonsgebonden aftrek

Bij Ageras staat februari helemaal in het teken van de inkomstenbelasting. Met deze nieuwe reeks willen we particulieren optimaal voorbereiden op het indienen van hun aangifte inkomstenbelasting 2017. Heeft u een helpende hand nodig bij het ontwarren van alle aftrekposten en heffingskortingen? Lees dan vooral verder: in deel 2 bespreken we de persoonsgebonden aftrek. Heeft u toch meer hulp nodig? Neem dan gerust één van onze specialisten in de arm: ontvang nu gratis en vrijblijvend 3 offertes!

Soms heeft u door persoonlijke omstandigheden extra uitgaven. De Belastingdienst onderscheidt bepaalde uitgaven die u mag aftrekken van de belastingen.

Navigatie:
Studiekosten en andere uitgaven i.v.m. opleiding en scholing
U leent aan een startende ondernemer (= kwijtgescholden durfkapitaal)
Giften
Onderhoudskosten voor een rijksmonumentenpand
Betaalde partneralimentatie
Uitgaven voor specifieke zorgkosten
Uitgaven voor het tijdelijke thuisverblijf van ernstig gehandicapten
Restant persoonsgebonden aftrek vorige jaren

Studiekosten en andere uitgaven i.v.m. opleiding en scholing

Voldoet u aan de volgende voorwaarden?

  • U maakt kosten voor een studie, opleiding of een EVC-procedure (Erkenning Verworven Competenties), die specifiek is toegespitst op uw beroep, of op het beroep dat u in de toekomst graag wilt uitoefenen.
  • Het gaat om een studie of opleiding die gevolgd wordt door ofwel u of uw fiscale partner. Voor studies van uw kind(eren) mag u geen kosten aftrekken.
  • De studie of opleiding verloopt volgens een leertraject en omvat dus onderwijs onder begeleiding.

Als u deze eisen kunt aanvinken, dan mag u mogelijk uw studiekosten aftrekken, net als andere kosten die een verband hebben met uw scholing en opleiding. Bijgevolg moet u over dat aanslagjaar aangifte inkomstenbelasting doen, ook als u geen of een laag inkomen heeft.

Heeft u geen inkomen op het moment van aangifte? Dan worden de afgetrokken studiekosten niet omgezet in geld, maar in een restant persoonsgebonden aftrek, dat u in de daaropvolgende jaren mag aftrekken van uw belastbaar inkomen (zie onder).

Wat zijn aftrekbare studiekosten?

  • Kosten als lesgeld, cursusgeld, collegegeld en examengeld. Als u instellingscollegegeld betaalt, dan mag u dat volledige bedrag aftrekken.
  • Verplichte studiebenodigdheden als boeken en software, maar ook bijvoorbeeld kappersscharen en penselen.
  • Beschermingskledij of andere beschermmiddelen als veiligheidsschoenen (met stalen neuzen) en helmen.
  • Kosten voor EVC-procedures. Een erkend instituut moet uw competenties vaststellen en erkennen door middel van een EVC-verklaring.
  • Afschrijving van duurzame goederen die u moest aankopen voor uw studie of opleiding, zoals een vleugelpiano. Gedurende de jaren dat u dit gebruikt, moet u de kosten in delen aftrekken - en dus niet alle kosten in hetzelfde jaar. Vergeet hierbij niet om rekening te houden met de restwaarde (de waarde die het duurzame goed heeft zodra u het niet meer gebruikt) en de levensduur (de jaren waarin u het gebruikt heeft). U vermindert dan de aankoopprijs met de restwaarde en deelt die vervolgens door het aantal jaren van de levensduur. Dat bedrag mag u jaarlijks aftrekken bij de scholingskosten. U mag geen kosten aftrekken voor privégebruik.
  • Promotiekosten, zoals publicatiekosten en de kosten die u maakt in verband met de kledingvoorschriften voor promovendi en paranimfen tijdens de promotieplechtigheid.

Wat mag u niet aftrekken?

  • Computerapparatuur, zoals bijvoorbeeld tablets. Dit is sinds 2013 niet meer aftrekbaar.
  • Rente over studieschuld.
  • Kosten die betrekking hebben op uw levensonderhoud, zoals voor voeding en accommodatie.
  • Verblijf- en reiskosten, inclusief voor studiereizen of excursies.
  • Kosten om een werkruimte of studeerruimte in te richten.
  • Kosten voor een inburgeringscursus.

Er zijn 3 mogelijke situaties:

  1. U volgt een studie en u krijgt daarbij studiefinanciering
  2. U volgt een studie en u krijgt daarbij geen studiefinanciering
  3. Uw prestatiebeurs blijft een lening

Situatie 1: U volgt een studie en u krijgt daarbij studiefinanciering

De Belastingdienst definieert “studiefinanciering” als één van de volgende zaken:

  • Een basisbeurs
  • Een basislening
  • Een aanvullende beurs
  • Een collegegeldkrediet
  • Een prestatiebeurs
  • Een lening bij de DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs)
  • Een uitkering, maar vergelijkbaar met studiefinanciering
  • Een reisvoorziening (OV-chipkaart)

Als uw studiefinanciering hoger is dan de gemaakte kosten, dan kunt u geen studiekosten aftrekken.

In de afgelopen jaren ondergingen de regels voor de aftrek van studiegerelateerde kosten allerhande veranderingen. Vanaf 1 juli 2015 geldt een andere regelgeving:

Studiejaar 2015-2016 en later

Studiekosten die u betaalde vóór 1 juli 2015 kunt u wel aftrekken.

Studiekosten die u betaalde na 1 juli 2015 kunt u niet aftrekken.

Studiejaar 2014-2015 en eerder

Studiekosten zijn mogelijk aftrekbaar (zie onder).

 

Studiekosten die u maakte voor het belastingjaar 2017 mag u dus niet meer aftrekken.

Indien u voor studiejaar 2014-2015 en eerder alleen de OV-chipkaart ontving voor uw studies, dan mag u de kosten aftrekken.

Voor de aftrek van studiekosten moet u altijd uitgaan van een kalenderjaar. Dit betreft dus de kosten van 2 studiejaren. Zo omvat bijvoorbeeld kalenderjaar 2016 de studiejaren 2015-2016 en 2016-2017.

Als u studeert buiten de standaardstudieperiode, dan mag u maximaal €15.000 aftrekken. De standaardstudieperiode omvat ten hoogste 5 aansluitende kalenderjaren, waarin u fulltime studeert en dus geen tijd heeft voor een voltijdse baan. Deze periode moet eindigen vóór uw 30e verjaardag. U mag de begindatum van de standaardstudieperiode zelf kiezen. Studeert u niet buiten de standaardstudieperiode? Dan is er geen maximum.

Houdt u na de berekening van uw aftrek meer over dan €15.000? Dan mag u dat resterende deel niet aftrekken.

Berekening studiejaar 2014-2015 en eerder

Aftrekbare kosten van de studie (zie boven)

  MIN basisbeurs of prestatiebeurs van de DUO
  MIN een eventuele andere vergoeding, zoals bv. een toelage van een studiefonds
  PLUS eventuele kosten uit een eerder studiejaar die u nog niet betaald heeft
  MIN de drempel*

= UW AFTREK

* De drempel geldt per persoon. Als uw fiscale partner ook studeert, dan heeft ieder zijn of haar eigen drempel. Voor het aanslagjaar 2017 bedraagt de drempel €250 voor u en €250 voor uw fiscale partner.

Berekening studiejaren 2012-2013 en 2011-2012

Dit is een andere berekening dan die voor 2014-2015. Hiervoor moet u uw aangifte inkomstenbelasting gebruiken.

Situatie 2: U volgt een studie en u krijgt daarbij geen studiefinanciering

Als u geen studiefinanciering krijgt voor uw studies en u heeft daar ook geen recht op, dan moet u bij de berekening van uw aftrek alleen eventuele toelagen van anderen (bv. uw werkgever) aftrekken van de gemaakte kosten. Krijgt u die vergoeding gespreid, zoals in maandelijkse betalingen? Dan geeft u voor uw aangifte aan hoeveel u in totaal kreeg voor dat aanslagjaar (dus het maandelijkse bedrag vermenigvuldigd met 12).

Indien u wel recht heeft op studiefinanciering, maar u heeft deze niet aangevraagd, dan gelden nog steeds dezelfde regels als wanneer u wel studiefinanciering krijgt (Zie “Situatie 1”).

Vroeg u een levenlanglerenkrediet aan voor uw opleiding? In dat geval mag u de studiekosten aftrekken.

Berekening

Aftrekbare kosten van de studie (zie boven)

  MIN een eventuele andere vergoeding, zoals bv. een toelage van een studiefonds
  MIN de drempel*

= UW AFTREK

* De drempel geldt per persoon. Als uw fiscale partner ook studeert, dan heeft ieder zijn of haar eigen drempel. Voor het aanslagjaar 2017 bedraagt de drempel €250 voor u en €250 voor uw fiscale partner.

Situatie 3: Uw prestatiebeurs blijft een lening

In de maand waarin u voor het eerst studiefinanciering ontvangt, start uw diplomatermijn, die 10 jaar blijft duren. Binnen die termijn moet u uw diploma behalen.

Als u daarin slaagt, dan wordt uw prestatiebeurs omgezet in een gift. Zodra de DUO u daarvan op de hoogte brengt, mag u geen studiekosten meer aftrekken over die jaren.

Als uw diplomatermijn verstreken is zonder dat u uw diploma heeft gehaald, dan wordt uw prestatiebeurs een lening. De DUO geeft dan aan de Belastingdienst door hoeveel de lening bedraagt. Het bedrag staat vermeld op uw vooraf ingevulde aangifte. Trok u in de voorgaande jaren minder studiekosten af, omdat u de prestatiebeurs moest aftrekken van de kosten? Zodra de DUO u op de hoogte brengt van de lening, mag u nog studiekosten aftrekken voor het studiejaar 2014-2015 en eerder.

Sinds 2013 zijn er vastgestelde bedragen van kracht:

Volgde u het hele jaar een mbo-, hbo- of wo-opleiding?

Dit mag u per jaar aftrekken:

 

MBO

HBO/WO

2015

€1.693

€2.443

2014

€1.677

€2.421

2013

€1.677

€2.421

Volgde u tijdens een deel van het jaar een mbo-, hbo- of wo-opleiding? Of volgde u gedurende een periode een mbo-opleiding en vervolgens een hbo-opleiding?

Dit mag u per maand in een jaar aftrekken:

 

MBO

HBO/WO

2015

€141,08

€203,58

2014

€139,75

€201,75

2013

€139,75

€201,75

Zodra u weet hoeveel u mag aftrekken, vermindert u dat bedrag met de drempel. Indien uw prestatiebeurs lager was dan de vermelde bedragen in de bovenstaande tabellen, dan mag u niet meer aftrekken dan dat lagere bedrag.

U leent aan een startende ondernemer (= kwijtgescholden durfkapitaal)

Leende u vóór 1 januari 2011 geld aan een startende ondernemer, en schold u dat bedrag - al dan niet gedeeltelijk - kwijt? Dan kunt u die som aftrekken van de belastingen, als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U leende het geld vóór 1 januari 2011.
  • De Belastingdienst erkende deze lening als een belegging in durfkapitaal.
  • De kwijtschelding gebeurde binnen 8 jaar nadat het geld werd uitgeleend. Ging u in de tussentijd failliet? Of is de betaling uitgesteld? Dan kan de Belastingdienst de periode op aanvraag verlengen.
  • De Belasting heeft u een beschikking verliesvaststelling gestuurd. Dit document geeft het bedrag aan dat u mag aftrekken van de belastingen. Heeft u een beschikking verliesvaststelling nodig? Dan kunt u die aanvragen bij het belastingkantoor dat van toepassing is op de startende ondernemer in kwestie.

Let op! Als u het geld uitleende in 2010, dan moet u ervoor zorgen dat u de lening ten laatste kwijtscheldt op 31 december 2018.

In de 8 jaren die volgen op het verstrekken van de lening, mag u niet meer aftrekken dan €46.984 per ondernemer. Heeft u het hele jaar lang een fiscale partner? Dan kunt u ervoor kiezen om het aftrekbare verdrag te verdelen tussen u beiden. Geef in dat geval de exacte verdeling duidelijk aan in uw aangifte inkomstenbelasting. Het maximum aftrekbare bedrag is ook dan nog steeds €46.984 per persoon. Als u meer dan dat bedrag kwijtscheldt, dan mag u de rest niet overdragen aan uw fiscale partner.

Voorbeeld

U leende €55.000 uit aan een startende ondernemer, en schold binnen 8 jaar na datum het volledige bedrag kwijt. Voor dit kwijtgescholden durfkapitaal mag u maximaal €46.984 aftrekken van de belastingen. U mag dit bedrag verdelen tussen u en uw fiscale partner. Het overblijvende bedrag, €8.016 (€55.000 - €46.984), mag u niet aftrekken of overdragen aan uw fiscale partner.

Andere

Giften

U doet een gift als u geld of goederen schenkt aan een goed doel, of als u onvergoed vrijwilligerswerk doet. Dit kunt u mogelijk aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting. Het hangt af van de instelling die de gift ontvangt en van de manier waarop u de gift schenkt.

Is de instelling in kwestie een:

  • Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) of een culturele ANBI?
  • Vereniging?
  • Steunstichting Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI)?

ANBI

Bv. instellingen m.b.t. liefdadigheid, levensbeschouwing, religie, cultuur en wetenschap

Vereniging

Voorwaarden:

De vereniging telt minstens 25 leden, heeft volledige rechtsbevoegdheid en is vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Ook is de vereniging gevestigd in een EU-land, St. Maarten, Curaçao, Aruba of de BES-eilanden.

Steunstichting SBBI

De stichting is speciaal opgericht om geld in te zamelen voor het jubileum van een SBBI die betrekking heeft op sport of muziek (zoals koren en sportclubs). De Belastingdienst erkent de naam “steunstichting” maar gedurende één kalenderjaar - alleen tijdens dat jaar mag u de giften aftrekken. Giften aan een SBBI zelf mag u niet aftrekken.

Schonk u de gift als:

  • Periodieke gift? (Het staat schriftelijk vast dat u elk jaar een gift geeft, en dit gedurende een periode die minimaal 5 jaar duurt.)
  • Gewone gift? (Het gaat om een eenmalige gift, of u heeft niet laten vastleggen dat u meerdere giften geeft.)

U doet een gift aan

Periodieke gift

Gewone gift

ANBI

Aftrekbaar

Aftrekbaar

Culturele ANBI

Aftrekbaar

Aftrekbaar

Vereniging

Aftrekbaar

Niet aftrekbaar

Steunstichting SBBI

Niet aftrekbaar

Aftrekbaar

Extra voorwaarden voor periodieke giften:

  • U moet de gift doen na het afsluiten van de schriftelijke overeenkomst of notariële akte waarin de periodieke gift werd vastgesteld.
  • U moet de gift vrijwillig doen, zonder verplichting, vergoeding of tegenprestatie.
  • U moet de gift kunnen bewijzen met bv. bankafschriften.

Voor periodieke giften mag u het volledige bedrag aftrekken - er is geen vastgesteld maximumbedrag.

Extra voorwaarden voor gewone giften:

  • U moet de gift vrijwillig doen, zonder verplichting, vergoeding of tegenprestatie.
  • U moet de gift kunnen bewijzen met bv. bankafschriften.

Voor gewone giften zijn ook een drempelbedrag en een maximum van kracht.  Het drempelbedrag is 1% van uw drempelinkomen met een minimum van €60. Het bedrag dat u meer hebt betaald dan dit drempelbedrag mag u aftrekken. Het drempelinkomen komt overeen met uw totale aantal inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar zonder persoonsgebonden aftrek. U mag niet meer aftrekken dan 10% van uw drempelinkomen.

Heeft u een fiscale partner? Dan mag u zowel de giften als de drempelinkomens bij elkaar optellen.

Geeft u een periodieke of gewone gift aan een culturele ANBI? Dan krijgt u extra aftrek. Bij de berekening van uw aftrek mag u de gift verhogen met 25% - of maximaal €1.250. Als het een gewone gift betreft, dan geldt nog steeds het drempelbedrag en het maximum.

Maakt u kosten voor een (culturele) ANBI zonder vergoeding? Dan kunt u de waarde hiervan aftrekken als gewone gift. Dit geldt ook - onder voorwaarden - als u onvergoed vrijwilligerswerk doet voor een (culturele) ANBI.

Let op! Krijgt u een gift terug, nadat u of uw fiscale partner er giftenaftrek voor hebben gehad? Dan moet u dat in uw aangifte inkomstenbelasting aangeven als inkomen. Geef in dat geval de gift op als negatieve persoonsgebonden aftrek. Als het bedrag hoger is dan hetgene dat u eerder aftrok, dan moet u alleen het eerder afgetrokken bedrag aangeven.

Onderhoudskosten voor een rijksmonumentenpand

Als u de eigenaar bent van een rijksmonumentenpand en u voert onderhoudswerken uit aan het pand in kwestie, dan kunt u mogelijk kosten aftrekken. Aftrekbare kosten zijn onderhoudskosten, dus kosten die u maakt voor vervangingen van onderdelen of herstellingswerken. Verbouwingskosten voor bv. een uitbreiding van het pand zijn dus niet aftrekbaar.

U moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • U bent de eigenaar van het pand, of u nu in Nederland woont of niet.
  • Het pand is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister, of definitief aangewezen als beschermd monument.
  • Het pand moet een eigen woning zijn in box 1 (inkomen uit werk en woning), óf behoren tot uw bezittingen en schulden in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen).
  • U betaalt de onderhoudskosten dit jaar.

Indien u subsidies ontvangt voor uw rijksmonumentenpand, dan moet u dat bedrag aftrekken van de onderhoudskosten.

Als u onderhoudswerken aan uw rijksmonumentenpand plant, kunt u op voorhand de aftrekbaarheid van de kosten laten vaststellen door de Belastingdienst.

Betaalde partneralimentatie

U mag partneralimentatie voor een ex-partner aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting bij “Betaalde partneralimentatie en andere verplichtingen”. Met een ex-partner bedoelt de Belastingdienst een ex-echtgenoot, iemand met wie u samenwoonde, of een echtgenoot van wie u momenteel duurzaam gescheiden leeft. U leeft duurzaam gescheiden als u een verzoek tot scheiding van tafel en bed heeft ingediend en als u niet meer op hetzelfde adres staat ingeschreven.

De volgende kosten zijn aftrekbaar:

  • Periodieke betalingen van partneralimentatie.
  • Een afkoopsom van partneralimentatie of een koopsom voor een lijfrente, tenzij u ongetrouwd samenwoont met uw ex-partner, of als u de afkoopsom betaalt terwijl u duurzaam gescheiden leeft.
  • Ouderdomspensioen dat u doorbetaalt als partneralimentatie
  • Betalingen voor de verrekening van pensioenrechten, lijfrenten en andere inkomensvoorzieningen, als u hiervan de betaalde premies al had afgetrokken
  • Bijstand die de Sociale Dienst betaalde aan uw ex-partner en verhaalde op u.
  • Andere onderhoudsverplichtingen
  • Een deel van het eigenwoningforfait, als uw ex-partner in de eigen woning blijft wonen. Als u langer dan 2 jaar geleden uit elkaar bent gegaan, geeft u de waarde van uw deel van de woning aan in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen), en trekt u een deel van het eigenwoningforfait af als betaalde alimentatie. Hoeveel mag u aftrekken? Vermenigvuldig het eigenwoningforfait met het percentage van uw eigendom in de woning.

De volgende kosten zijn niet aftrekbaar:

  • Alle advocaat- en proceskosten die u maakt i.v.m. de vaststelling, verlaging of beëindiging van de alimentatie.
  • Pensioenrechten die uw ex-partner rechtstreeks krijgt van een pensioenfonds.

Indien u een fiscale partner heeft, kunt u deze aftrekposten verdelen onder u beiden.

Ontving u partneralimentatie?

U ontving het geld voor het eerst na 31 december 2005

U moet een bijdrage Zorgverzekeringswet betalen

U ontving het geld voor het eerst vóór 1 januari 2006

Tot en met 31 december 2017 betaalt u geen bijdrage Zorgverzekeringswet, vanaf 2018 wel.

Let op! Ontvangen partneralimentatie is inkomen en kan dus een invloed hebben op de hoeveelheid toeslagen die u ontvangt.

Uitgaven voor specifieke zorgkosten

Op de website van de Belastingdienst vindt u een uitgebreide lijst met alle aftrekbare en niet-aftrekbare zorgkosten (2019). U kunt de aftrekbare zorgkosten aangeven en aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting.

U moet wel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U maakt de kosten in verband met ziekte of invaliditeit.
  • U trekt de kosten af in het jaar waarin u ze heeft betaald.
  • De kosten worden niet vergoed door bv. uw zorgverzekering.
  • U moet de kosten kunnen bewijzen met bv. bankafschriften.

De volgende tegemoetkomingen moet u niet aftrekken van het aftrekbare bedrag:

  • De tegemoetkoming van het Centraal Administratiekantoor (CAK) voor kosten die u maakt als chronisch zieke of gehandicapte
  • De tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat u arbeidsongeschikt was.
  • De tegemoetkoming specifieke zorgkosten van de Belastingdienst

Soms kunt u kosten aftrekken die u voor anderen maakt, zoals voor uw fiscale partner of voor uw kinderen, als die jonger zijn dan 27 jaar en niet in staat om hun kosten zelf te betalen. Ook kunt u kosten aftrekken voor ernstig gehandicapte personen van minstens 27 jaar als u daarmee samenwoont in gezinsverband. Hetzelfde geldt voor ouders, broers of zussen die bij u inwonen en afhankelijk zijn van uw zorg.

Berekening

Het bedrag van alle kosten die u mag aftrekken

  PLUS de eventuele verhoging* van de specifieke zorgkosten
  MIN het drempelbedrag**

= het bedrag dat u mag aftrekken

* Als uw drempelinkomen lager is dan €34.130, dan mag u uw zorgkosten verhogen met 40% (als u op 1 januari 2017 nog niet de AOW-leeftijd had van 65 jaar en 9 maanden) of met 113 % (als u op 1 januari 2017 de AOW-leeftijd had).

** U kunt de verscheidene drempelbedragen hier terugvinden.

Doet u digitaal aangifte? Dan wordt dit bedrag automatisch voor u berekend.

Uitgaven voor het tijdelijke thuisverblijf van ernstig gehandicapten

Als u in het weekend of tijdens vakantieperiodes een ernstig gehandicapte verzorgt die minstens 21 jaar is en die meestal verblijft in een Wlz-instelling, en u daarvoor extra kosten maakt, dan mag u die kosten aftrekken.

U mag kosten aftrekken voor de verzorging van:

  • Uw ernstig gehandicapte kind(eren), broer(s) of zus(sen)
  • Een ernstig gehandicapte van wie u de mentor bent, zoals benoemd door de kantonrechter
  • Een ernstig gehandicapte van wie u de benoemde curator bent, en van wie u de persoonlijke belangen behartigt

De volgende kosten zijn aftrekbaar:

  • Autovervoer van en naar de instelling (voor 2019 een bedrag van €0,19 per kilometer)
  • Extra kosten dat het verblijf met zich meebrengt (voor 2019 een bedrag van €10 per dag)

De bedragen gelden per gehandicapte. Verzorgt u meerdere ernstig gehandicapten? Dan mag u de kosten per gehandicapte aftrekken.

U mag geen kosten aftrekken die vergoed worden door bv. uw zorgverzekering.

Heeft u een fiscale partner? Dan mag u de aftrekbare kosten voor het verblijf maar 1 keer aftrekken, maar u mag ze wel tussen u beiden verdelen op de aangifte.

Restant persoonsgebonden aftrek vorige jaren

Kon u in de voorbije jaren uw persoonsgebonden aftrek niet helemaal verrekenen met uw inkomen in box 1, 3 of 2? Dan heeft u een restant persoonsgebonden aftrek. Dit moet u aangeven op uw aangifte inkomstenbelasting. In de daaropvolgende jaren blijft u het restant verrekenen tot er niets meer overblijft.

Heeft u een fiscale partner? Dan is het mogelijk om het restant persoonsgebonden aftrek in de aangifte inkomstenbelastingen te verdelen tussen u beiden.

Uw restant persoonsgebonden aftrek staat vermeld op definitieve aanslag inkomstenbelasting; bij het opstellen van dat document berekent de Belastingdienst het bedrag automatisch. U hoeft dus niet uw restant aan te geven op uw aangifte, maar als u de volledige berekening overlaat aan de Belastingdienst, duurt het langer voordat u uw definitieve aanslag inkomstenbelasting ontvangt.

Zelf berekenen

U kunt uw restant zelf berekenen met behulp van de onderstaande infographic:

Welke aftrekposten tellen mee voor uw restant persoonsgebonden aftrek?

  • Studiekosten en andere uitgaven i.v.m. opleiding en scholing
  • Kwijtgescholden durfkapitaal
  • Giften
  • Onderhoudskosten voor een rijksmonumentenpand
  • Betaalde partneralimentatie en andere onderhoudsverplichtingen
  • Uitgaven voor specifieke zorgkosten
  • Uitgaven voor het tijdelijke thuisverblijf van ernstig gehandicapten

Let op! Als u eerder een bepaalde aftrekpost niet gebruikte in uw aangifte, dan kunt u die niet opgeven als restant persoonsgebonden aftrek, tenzij u een bezwaar maakt tegen uw definitieve aanslag van het aanslagjaar in kwestie.

Het is mogelijk dat u aftrekposten heeft en kunt gebruiken, maar dat u geen aangifte heeft gedaan. In dat geval moet u eerst aangifte inkomstenbelasting doen over het jaar waarin u de aftrekposten had - ook als u in dat jaar geen inkomen had.

Posted: 12 Feb, 2018

Frances Van de Vel

Lees meer van deze auteur

De bloggers van Ageras geven geen persoonlijk advies met betrekking tot financiële of juridische aangelegenheden - daarvoor kunt u beter een boekhouder inschakelen. Laat ons weten wat u precies zoekt, en wij sturen u zo snel mogelijk - en helemaal gratis - 3 vrijblijvende offertes van boekhouders in uw buurt.